Evaluatie rectumsparende chirurgie in Nederland; wordt de richtlijn gevolg?


J.T. van Groningen, P. van Hagen, P.G. Doornebosch, P.J. Tanis, E.J.R. de Graaf

Vrijdag 25 november 2016

12:24 - 12:36u in CineMec 2

Categorieën: Colorectaal (maligne), Gastro-intestinaal

Parallel sessie: V03 Vrije voordrachten: Gastro-Intestinaal


Introductie

Na lokale excisie van een rectumcarcinoom is er een indicatie voor completerende Totale Mesorectale Excisie (cTME) indien er sprake is van een pT1-hoog risico of pT2-3, of ypT2-3 bij reeds neo-adjuvante radiotherapie. Deze studie onderzoekt in welke mate dit advies zoals beschreven in de Nederlandse richtlijn wordt gevolgd.

 

Methode

DSCA patiënten met een bekend pT stadium na lokale excisie tussen 1 januari 2012 en 31 december 2015 werden geïncludeerd. De patiënten die recht hadden op een cTME werden geselecteerd en ingedeeld in 2 groepen: met en zonder cTME. Deze 2 groepen werden met multivariate analyse vergeleken.

 

Resultaten

Bij 305 van de in totaal 580 geïncludeerde patiënten (53%) was er een indicatie tot cTME. Slechts bij 95 van deze 305 patiënten (31%) werd een cTME uitgevoerd. Patiënten met een hoge BMI en patiënten met hoge leeftijd ondergingen significant minder vaak een cTME (Odds 0,38 BI0,15-0,95 en Odds 0.29 BI0,11-0,80). Maar ook in een groep van jonge, gezonde patiënten (ASA 1-2; < 70 jaar; BMI 20-25) werd slechts in 39% overgegaan tot een cTME. Wel nam het percentage patiënten met een cTME per jaar toe, van 10% in 2012 tot 44% in 2015.  

 

Conclusie

Slechts bij een beperkt deel van de patiënten bij wie dit geïndiceerd is volgens de richtlijn, wordt na lokale excisie van een rectumcarcinoom een completerende TME uitgevoerd. Deels lijkt afgeweken te zijn vanwege matige algehele conditie van de patiënt, maar er zou sprake kunnen zijn van onderbehandeling met oncologische risico's.